Waar gebruik je deze berekening voor?
Veel voorwerpen in en rond het huis zijn rond: een regenton, een opzetzwembad, een boiler, een afvoerbuis, een plantenpot of een betonnen paal. Om te weten hoeveel water, grond of beton erin past, bereken je de inhoud van een cilinder. Dat is een vorm met een rond grondvlak en rechte, evenwijdige zijkanten.
De formule
De inhoud van een cilinder is de oppervlakte van het ronde grondvlak maal de hoogte:
inhoud = π × r² × h
r = diameter ÷ 2, π ≈ 3,14159
Werk je met de diameter, dan kun je ook rekenen met: inhoud = 0,7854 × d² × h. Reken alle maten om naar dezelfde eenheid. Met maten in decimeters krijg je de inhoud direct in liters, omdat 1 dm³ gelijk is aan 1 liter. De calculator rekent automatisch om naar liters en m³.
De calculator toont ook het grondvlak (handig als je de bodem wilt bedekken) en de mantel: de oppervlakte van de zijkant, die je nodig hebt om bijvoorbeeld te berekenen hoeveel verf of isolatiemateriaal er om een buis of ton past.
Rekenvoorbeelden
Voorbeeld 1, regenton: een ton met een diameter van 60 cm en een hoogte van 90 cm heeft een inhoud van π × 30² × 90 ≈ 254.469 cm³, dat is ongeveer 254 liter.
Voorbeeld 2, opzetzwembad: een rond zwembad van 366 cm doorsnede, gevuld tot 76 cm hoogte, bevat π × 1,83² × 0,76 ≈ 8,0 m³, ofwel bijna 8.000 liter water. Met een tuinslang die ongeveer 15 liter per minuut geeft, duurt vullen bijna negen uur.
Voorbeeld 3, plantenpot: een ronde pot van 30 cm diameter en 1 meter hoog bevat ongeveer 70,7 liter. Houd rekening met een drainagelaag onderin; de hoeveelheid potgrond is dan wat minder.
Voorbeeld 4, afvoerbuis: een buis met een binnendiameter van 110 mm en een lengte van 1 meter bevat ongeveer 9,5 liter. Let op: gebruik bij buizen de *binnen*diameter voor de inhoud.
| Diameter | Hoogte | Inhoud |
|---|---|---|
| 40 cm | 60 cm | 75,4 liter |
| 60 cm | 90 cm | 254,5 liter |
| 1 m | 1 m | 785,4 liter |
| 3 m | 0,8 m | 5.654,9 liter |
Wat als het niet precies een cilinder is?
Veel regentonnen en emmers lopen iets taps toe: ze zijn bovenaan breder dan onderaan. Neem dan voor een goede schatting het gemiddelde van de bovenste en onderste diameter. Voor een nauwkeurige berekening van zo'n afgeknotte kegel gebruik je de formule inhoud = π × h ÷ 3 × (R² + R × r + r²), waarbij R en r de straal boven en onder zijn.
Een liggende cilinder die maar gedeeltelijk gevuld is, zoals een olietank, is ingewikkelder: de inhoud stijgt dan niet evenredig met de vulhoogte. Deze calculator gaat uit van een staande cilinder die tot de opgegeven hoogte gevuld is.
Praktische tips
- Meet de binnenmaat. De wanddikte van een ton of zwembad kan enkele centimeters schelen, en dat telt bij grote diameters flink door.
- Vul niet tot de rand. Bij zwembaden houd je meestal 10 tot 15 cm onder de rand aan. Vul dan als hoogte de werkelijke waterhoogte in.
- Water is zwaar. Elke liter weegt ongeveer een kilo. Een opzetzwembad van 8.000 liter weegt dus 8 ton; zet het daarom op een vlakke, stevige ondergrond en nooit op een balkon.
- Chloor en tabletten doseren? De dosering op de verpakking wordt meestal opgegeven per m³ of per 10.000 liter. Gebruik de uitkomst in m³ om de juiste hoeveelheid te bepalen.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken ik de inhoud van een cilinder?
Vermenigvuldig π met de straal in het kwadraat en met de hoogte. De straal is de helft van de diameter.
Hoeveel liter past er in mijn regenton?
Meet de binnendiameter en de hoogte in centimeters en vul die in. Een ton van 60 bij 90 cm bevat ongeveer 254 liter.
Wat is het verschil tussen straal en diameter?
De diameter is de afstand van rand tot rand door het midden. De straal is de afstand van het midden tot de rand, dus de helft van de diameter.
Hoe reken ik m³ om naar liters?
Vermenigvuldig met 1.000. 0,25 m³ is 250 liter.
Hoeveel water zit er in een rond zwembad?
Vul de diameter en de waterhoogte in. Een zwembad van 3,66 meter met 76 cm water bevat bijna 8.000 liter.
Kan ik dit ook gebruiken voor een kegel of bol?
Nee, een kegel heeft een derde van de inhoud van een cilinder met hetzelfde grondvlak en dezelfde hoogte. Een bol bereken je met 4/3 × π × r³.
Laatst gecontroleerd: 2026-10-06. De uitkomst is een indicatie; aan de berekening kunnen geen rechten worden ontleend.